top of page

Een kerstwens voor Nederland en Europa

  • Foto van schrijver: Susanne vann der Velden
    Susanne vann der Velden
  • 17 dec 2025
  • 5 minuten om te lezen

Ik zit in een hotel aan een snelweg in Luxemburg met het geraas van het verkeer achter me. Het is 06:12, de wereld draait volop door. Ik zit hier in de week voor kerst voor een Europees consortium dat besloot dat dit het moment was om nog eens samen te komen voor een stevig potje kennisuitwisseling. Naast nog een enorme berg werk en surrealistische ambities die ik heb meegenomen om me in deze dagen toch nog echt voor te bereiden op de kerst. Wat moet ik nog kopen voor wie, welke gedichten mag ik nog schrijven voor mijn dierbaren, wat ging ik ook alweer koken en waar haal ik in hemelsnaam de tijd vandaan om nog langs zaak X, Y, Z te gaan?


In plaats daarvan zit ik nu recht overeind in bed omdat dit verhaaltje zich aan mij opdringt. Inmiddels heb ik geleerd dat het dan geen zin heeft om niet te luisteren wanneer inspiratie zich opdringt, maar dat ik haar beter kan proberen te vatten in plaats van haar de hele dag aan mij te laten knagen.


Ik word getriggerd door een berichtje dat ik eerder deze week op LinkedIn schreef. Achteraf bezien een beetje te plat commercieel, omdat ik toch ook graag van de inmiddels slinkende berg nieuwe proefschriften af wil waar de gang mee vol staat. In dat berichtje had ik het over deze kersttijd gebruiken om te dromen over een bredere sterrenhemel, met meer heldere sterren aan het firmament: plekken om te bouwen, te vernieuwen en op te schalen.


Hier zittend besef ik me erg goed dat ik vanavond bezig ben met kennisdelen voor een meer resilient Europa, met klimaatadaptieve steden, betrokken burgers en optimaal gebruik van ruimte, in plaats van aanwezig te zijn bij het schoolkerstdiner van mijn dochters. Waarbij, nota bene, mijn welp van vijf is uitverkoren voor het kerstkoortje. Maar daardoor moet ik denken aan het spelletje dat ik dagelijks met ze (althans: dagelijks aan probeer te denken om te doen) speel.


Dit werd in gang gezet door mijn moederdagknutsels, die beiden geĆÆnspireerd waren door Raad eens hoeveel ik van je houd. De een had een knutsel met hele wijde armen, zoals Hazeltje in het begin van het boek zijn liefde voor Haas probeert uit te drukken, en de ander was op weg met een trapje naar de maan, want Hazeltje houdt van Haas tot aan de maan en Haas van Hazeltje tot aan de maan en terug. Daardoor geĆÆnspireerd vraag ik mijn kinderen dus zo regelmatig mogelijk: weet je hoeveel ik van je houd? En vervolgens zoeken we dan de meest recent gepubliceerde opname van de James Webb- of Hubble-telescoop op.


Daardoor geĆÆnspireerd vraag ik mijn kinderen dus zo regelmatig mogelijk: weet je hoeveel ik van je houd? En vervolgens zoeken we dan de meest recent gepubliceerde opname van de James Webb- of Hubble-telescoop op.

Dan komen we bijvoorbeeld uit bij sterrenstelsel NGC 3783 op tig miljoen lichtjaar afstand (dus: tot daar en terug), waar dan een super spectaculair zwart gat/supernova/gaswolk/kraamkamer voor sterren zich bevindt. Los van het feit dat het natuurlijk superleuk is om met elkaar die mooie plaatjes op te zoeken en een poging te doen om te bedenken hoe groot dat heelal dan is, wat uiteraard super schattige verhoudingen van afstand oplevert als je dit met een vijf- en zesjarige doet, is het ook een oefening in het tastbaar maken van vergezichten. Zeker op deze leeftijd is het superleuk om te zien hoeveel verbeeldingskracht, divergerend denken en dromen er in die kinderen zit.


Verbeeldingskracht die we als volwassenen maar wat goed kunnen gebruiken.


Ik werd eerder deze week geraakt door een LinkedIn-post van Gerard van Beynum waarin hij sprak over de behoefte aan grotere denkramen in de politiek, en dat die zich zomaar weer eens af beginnen te tekenen in het recente werk van Rob Jetten en Henri Bontenbal. Zoals eerder al geschreven zou het Wennink-rapport daar zeker mogelijk aan bij kunnen dragen, al is het wellicht wat te eenzijdig gericht op de economische kant van het verhaal.


Ik zat maandagavond (ja, deze week verdien ik echt de ā€˜moeder van het jaar’-award) aan een diner van het regionale VNO-NCW-bestuur, en dan is zo’n rapport uiteraard een dankbaar gespreksonderwerp. Maar wat mij gelukkig opviel is dat, alhoewel er in de kranten nogal een VNO-NCW-stempel aan het verhaal hangt, deze bestuurders niet onverdeeld het eens waren over de volledigheid en toon van het rapport. Wel over de zaken die het aanstipt, die zeker ook moeten gebeuren, maar niet zozeer over het gebrek aan focus op de bredere welvaart, waar in de laatste jaren veel over is gesproken binnen deze kringen.


Die bredere focus is wel randvoorwaardelijk voor de brede steun voor de scherpe keuzes die gemaakt moeten worden, ook voor diegenen die geen bovenmatige interesse hebben in economie en (industrie)politiek. Een ander discussiepunt is het frame van Europa als achterblijvend continent ten opzichte van China en Amerika, wat een te onvolledig beeld vormt. Alhoewel buiten kijf lijkt te staan dat Europa serieus meer werk moet gaan maken van haar eigen defensie, en dat het Draghi-rapport uitgebreid aantipt dat er stevige economische hervormingen nodig zijn om de welvaart en het welzijn van Europa te behouden, zijn er ook veel zaken om trots op te zijn.


In een krantenartikel dat ik deze week las (en waarvan de bron me ontschoten is, helaas) werd het terechte punt aangestipt dat, alhoewel er elders baanbrekende technologie wordt ontwikkeld en de economische groei er gemiddeld hoger ligt dan in Europa, geen enkel land in de rij staat om zich vrijwillig aan te sluiten bij een van deze landen, terwijl de EU nog een vrij lange wachtlijst kent van landen die graag en vrijwillig zich bij ons willen aansluiten.


Europa mag dan wel een openluchtmuseum zijn, maar laten we vanuit het menselijk perspectief wel onthouden dat het maken van kunst en architectuur een diep menselijk verlangen is. Een activiteit waar we ons structureel al vele duizenden jaren aan wijden, ook als we onze basisvoedselvoorziening of economische randvoorwaarden niet op orde hebben. Dan nog steeds wenden we ons tot onze creativiteit, onze verbeeldingskracht en onze scheppende vermogens om esthetiek te bedrijven die generaties overstijgend meegaat.


Dus misschien is het zijn van een openluchtmuseum juist een prachtig compliment aan deze contreien, en kunnen we juist door te staan op gigantische schouders van verbeeldingskracht die basis gebruiken om innovaties het leven te laten zien, op te schalen en uit te breiden. Maar niet om te streven naar economische groei ten koste van alles, waarbij de menselijke maat vergeten wordt. Kijk maar naar het ironische dubbelbeeld van een stad als San Francisco: bakermat van vele technologische innovaties en enorme economische groei, en in de laatste jaren zijn hele delen flink verpauperd omdat meedoen in het tempo van de stad voor zovelen niet gegeven is met als gevolg dat de opiaten- en fentanylcrisis daar ook flink om zich heen slaat.


Daarom is mijn wens dat we zeker voortvarend aan de slag gaan met meer duurzame productiviteit, sociale en technologische innovaties, en ook met de randvoorwaarden die ons het canvas bieden om dat op te kunnen doen. Waarbij we gebruikmaken van de potentie van de grotere denkramen die zich aandienen en waar de tijd mogelijk echt wel weer rijp voor is. Maar dat we dat doen vanuit onze menselijke waarden en overtuigingen, die bijdragen aan een steviger fundament onder brede welvaart en een tegenwicht bieden aan ondemocratische krachten.


Hierdoor hoop ik dat we werken aan een duurzaam, menselijk fundament waarmee mijn kinderen mogen blijven dromen van onbegrensde mogelijkheden. Waardoor ik weet dat ik deze week misschien niet het beste moedergedrag laat zien, maar wel proactief mijn steentje probeer bij te dragen om die toekomst voor hen mogelijk te maken.




Ā 
Ā 
Ā 

Opmerkingen


© 2025 door Susanne van der Velden Ph.D. Powered and secured by Wix

bottom of page