Ontwerpen voor schaal en impact


Het telefoonnet is vannacht vernietigd
Wie de afgelopen jaren aan grote maatschappelijke opgaven heeft gewerkt, kent het beeld van duizend bloemen die bloeien: pilots en proeftuinen die elk iets laten zien, maar zelden doorgroeien tot iets dat op schaal en herhaalbaar werkt. Al die energie telt daarmee niet op tot de versnelling waar we op hopen. Een aanpak die in dat licht de moeite waard is om opnieuw te bekijken, is idealized design van de Amerikaanse systeemdenker Russell Ackoff. Paul Bessems van Weconomics bracht het verhaal waarmee die aanpak begon bij mij precies op het juiste moment onder de aandacht, dus dankjewel daarvoor.
Dat verhaal speelt in 1951 bij Bell Labs, waar Ackoff als buitenstaander aanschoof bij een bijeenkomst van afdelingshoofden. De vicepresident van het lab opende met de mededeling dat het Amerikaanse telefoonnet die nacht was vernietigd. Toen de verwarring was weggelachen, vroeg hij de zaal naar de belangrijkste bijdragen van Bell Labs aan de telefonie. Alles wat genoemd werd, bleek van vóór 1900 te stammen. Het lab had decennialang onderdelen verbeterd, terwijl het systeem als geheel nauwelijks was veranderd.
Hij gaf zijn mensen daarom de opdracht het telefoonsysteem te ontwerpen dat ze vandaag zouden bouwen als ze het bestaande vrij mochten vervangen. Er golden twee voorwaarden: het moest technisch kunnen met kennis die er al was, en het moest functioneren binnen de bestaande wet- en regelgeving. Hij vroeg om een ontwerp voor nu, omdat wat je vandaag voor over vijf jaar wenst zelden nog is wat je wilt als het zover is. Uit dat werk kwam onder meer de drukknoptelefoon voort, en volgens Ackoff voorzagen de teams vrijwel alles wat daarna volgde, van wisselgesprek en voicemail tot nummerweergave en de mobiele telefoon. Hij werkte de aanpak verder uit en beschreef haar in 2006 in Idealized Design, samen met Jason Magidson en Herbert Addison.
"Er golden twee voorwaarden: het moest technisch kunnen met kennis die er al was, en het moest functioneren binnen de bestaande wet- en regelgeving"
De diagnose en aanpak van die vicepresident inspireerde mij ook ten aanzien van de inspanningen waar we voor staan met de digitalisering, modularisering en industrialisering van de plan- en bouwketen. Ook wij verbeteren onderdelen, project voor project en pilot voor pilot, terwijl het geheel onvoldoende op schaal in beweging komt. Waarom mij dat zo bezighoudt, gaat verder dan woningbouw alleen en beschreef ik in onderstaande inleiding die ik mocht houden tijdens een strategische sessie met publieke en private partijen in de gebiedsontwikkeling en woningbouw.
Onrust
Deze zomer stond ik in de Alpen naar een gletsjer te kijken die harder smolt dan ooit. Op 2000 meter was het vierendertig graden en lager op de berg waren de wouden bruin. Eerder die zomer had ik met mijn dochters rillend in bed gelegen bij onweer dat klonk alsof de wereld verging, en de rest van de vakantie vroegen zij mij elke dag of hun vriendinnetjes niet in de vlammen van de bosbranden zouden opgaan. Ik heb daar geen goed antwoord op gegeven. Ik heb gezegd dat het allemaal wel goed komt, en terwijl ik het zei wist ik hoe relatief woorden als allemaal en goed ten diepste zijn.
Dat voedt een onrust waar ik al langer mee worstel: hoe creëren we de organisatiekracht om nog een beetje bij te sturen, en krijgen we onszelf op tijd georganiseerd? Kennis hebben we, techniek hebben we, geld is er vast ook wel ergens te vinden, maar op de schaal die nodig is komen we maar moeizaam in beweging.
De mens is een verhalen vertellende diersoort. Dat klinkt romantisch, maar het is vooral de beste verklaring die we hebben voor waarom wij hier zitten en de neanderthaler niet. Verhalen stelden ons in staat grote groepen te coördineren rond iets wat niemand van hen ooit met eigen ogen had gezien, en zo creëerden we de complexe werken die ons een comfortabele plek aan de top van de voedselketen gaven. Diezelfde verbeeldings- en scheppingskracht bracht ons in onze tomeloze ambitie ook een economie en een samenleving die nagenoeg alle planetaire grenzen overschrijden. Het systeem dat ons hier gebracht heeft, gaat ons waarschijnlijk niet brengen wat nodig is om die comfortabele positie ook comfortabel te houden.
Daar komt de toenemende complexiteit bij, waardoor ook onze besluitvorming het moeilijk heeft. Zorgvuldigheid en goedbedoelde democratische rechten en vrijheden zorgen er paradoxaal genoeg voor dat procedures steeds langer lopen, en dat het collectieve gevoel ontstaat dat er steeds minder kan en het land op slot zit. Dat voedt de onvrede, de onvrede voedt de politieke versnippering en die versnippering bemoeilijkt op haar beurt de besluitvorming. Zo neemt ons probleemoplossend vermogen af en daarmee het vertrouwen in het systeem. Tegelijk innoveren en investeren andere staten tegen de klippen op, en flirten ook in Europa steeds meer mensen met andere systemen dan de liberale democratie, in de hoop dat er dan wel iets verandert. Hoe hard het dan kan gaan met de rechtsstaat en met verworven vrijheden zien we iedere dag. Als vrouw en moeder van twee dochters sta ik daar niet om te popelen.
Als het lukt om in de plan- en bouwketen iets neer te zetten dat werkt en dat schaalt, dragen we bij aan het oplossen van de woningnood én laten we zien dat een land dat vastloopt in zijn eigen procedures nog steeds een taai probleem bij de kop kan pakken. Dat collectieve zelfvertrouwen hebben we hard nodig om de liberale democratie een duwtje in de rug te geven. Ik wil die grotere motivatie vasthouden, ook wanneer het over aanbestedingsrecht en beheerlasten gaat en de energie ongetwijfeld wegsijpelt.
Verbeelden en ontwerpen
Het verhaal als funderende technologie is ook wat mij in toenemende mate aantrekt in de belofte van de digital twin: het vermogen om ideeën te verbeelden en daarmee een dialoog op gang te brengen over die ideeën en over de keuzes die nodig zijn om ze te realiseren. Scenario's verbeelden en de gevolgen van afwegingen zichtbaar maken leidt tot betere gesprekken, en betere gesprekken leiden tot betere besluiten. Een twin kan bovendien de hele levenscyclus in beeld brengen, wat ons helpt duurzame keuzes te maken zolang er nog iets te kiezen valt. De besluiten nemen we zelf, en dat moet zo blijven. Omdat ze decennialang doorwerken in de fysieke leefomgeving, stelt dat eisen aan de degelijkheid van die systemen die we lang niet overal waarmaken, al hoeven we ons ook geen illusies te maken dat stapels pdf's dat wel doen.
Persoonlijk wil ik bijdragen aan de versnelling van gebiedsontwikkeling en woningbouw, en de huidige crisis en de vergrijzing gebruiken om een sector die het notoir lastig vindt om productiever te worden te verleiden tot een steilere leercurve. Bovenal vind ik het onze plicht iets te doen aan de voetafdruk van de gebouwde omgeving: elf procent van de wereldwijde uitstoot in de realisatiefase en achtentwintig procent in de gebruiksfase. Beton is na water het meest gebruikte materiaal op aarde en iedere onnodig gestorte kuub is er in mijn hoofd één te veel. Het effect van materiaalkeuzes en van het latere energiegebruik hoort daarom vroeg in de planning op tafel te liggen, en dat vraagt dat de relevante informatie er is op het moment dat de beslissing valt. Nu is dat zelden het geval.
"Het verhaal als funderende technologie is ook wat mij in toenemende mate aantrekt in de belofte van de digital twin: het vermogen om ideeën te verbeelden en daarmee een dialoog op gang te brengen over die ideeën en over de keuzes die nodig zijn om ze te realiseren."
Als we blijven ontwikkelen en bouwen zoals we dat sinds de Romeinen doen, gaan we er niet komen. Ik weet ook niet of alle beloftes van digitalisering uitkomen, en als dat al zo is, of dat iets goeds of iets slechts betekent. Ik doe nog steeds de naïeve aanname dat we kunnen versnellen en verduurzamen wanneer we multidisciplinairder, paralleller, modulairder en industriëler gaan bouwen, en dat digitalisering helpt om belangen, lusten en lasten transparanter te maken. Daarvoor is ontwerpkracht nodig, naast de iteratie die we inmiddels overal omarmen. Agile klinkt nog steeds hip, maar met alleen sprints hadden we vermoedelijk nooit een piramide of een kathedraal gebouwd. We hebben een ontwerp nodig dat het geheel overziet en de samenhang tussen de delen bewaakt, en daarbinnen iteratief werken om de leercurve te verkorten en slagkracht op te bouwen. Dat eerste zijn we de afgelopen jaren kwijtgeraakt. We hebben veel geïtereerd en weinig ontworpen voor schaal, vergelijkbaar met het voorbeeld van Bell Labs.
Braakliggend terrein
Zo'n twin, een digitale rode draad die de vinger aan de pols houdt bij gebieden, projecten en gebouwen en die randvoorwaarden als energie, water, bodem en infrastructuur meeneemt, is te realiseren. Althans onderdelen ervan, en vanuit die basis kunnen we doorontwikkelen. Op dit moment staat het land echter vol met pilots die maar niet voldoende kunnen schalen. Zolang het volume achterblijft, blijft de prijs hoog en, misschien nog belangrijker, de kwaliteit matig.
Het verontrustende is dat de techniek misschien nog wel het verst ontwikkeld is. De standaarden liggen er grotendeels, daar is jarenlang aan gewerkt, en op tientallen plekken in dit land wordt gebouwd aan toepassingen die werken. Daartussen ligt braakliggend terrein: de afspraken en het marktmechanisme waarmee een werkende toepassing bij de volgende opdrachtgever terechtkomt, de organisatie die dat regelt, de juridische vorm waarin het kan en het geld waarmee het beheer betaald wordt. Geen partij voelt zich er eigenaar van of verdient eraan, en niemand wordt erop afgerekend, dus blijft het liggen. Ik heb deze zomer in veel gesprekken gezocht naar wie het dan wel zou moeten doen. Een pasklaar antwoord leverde dat niet op, behalve dat de partijen in de keten zelf onderdeel van de oplossing moeten zijn.
Terug redeneren vanuit de bedoeling
Wie aan deze opgave werkt, zou ik uit de grond van mijn hart willen oproepen om niet te snel klein te denken. Blijf bij de bedoeling, bij het idee en bij de missie, en redeneer van daaruit terug naar het hoe dan en naar de realiteit van vandaag. Dat is in de kern wat die vicepresident in 1951 van zijn mensen vroeg. We hebben twee dingen nodig die elkaar versterken: een idee en een verhaal waarmee we de energie, de middelen en het draagvlak verzamelen voor de vaart en vindingrijkheid die in het DNA van dit land zitten, en een degelijke onderbouwing, zodat niemand nog het excuus heeft om jaren over het hoe dan te ouwehoeren. Die tijd hebben we niet.
Dingen die echt moeilijk zijn, en daarmee echt zinnig, kun je nooit alleen. Wonen zit laag in de piramide van Maslow, vlak boven eten, drinken en veiligheid, en het is een van de weinige opgaven waarvan iedereen in dit land meteen begrijpt waarom die ertoe doet. Voor zoiets fundamenteels heb je onderling vertrouwen en wederzijdse afhankelijkheid nodig. Peter Wennink deelde onlangs een formule met mij die ik graag doorgeef. De kracht van een samenwerking rond een complexe opgave laat zich lezen als een vermenigvuldiging van vijf factoren: een duidelijk gezamenlijk doel, vertrouwen in elkaars kunnen, transparantie over de onderliggende belangen, vertrouwen in de kwaliteit van de afspraken, en een faire verdeling van lusten en lasten waarin risico, waarde en marge in balans zijn.
Dat het om een vermenigvuldiging gaat doet ertoe, want elke factor die sterker wordt vergroot de opbrengst van alle andere. Ik zou willen dat we op alle vijf winnen, en het meest op transparantie over de onderliggende belangen, omdat het broodnodige vertrouwen daarop rust. Iedereen aan tafel zit er ook voor de eigen organisatie, en dat is volstrekt legitiem. Maak het helder wanneer het speelt, want om de hete brij heen draaien kost tijd die we niet hebben.
Wie deze factoren op orde heeft, bouwt relaties waarmee complexe besluiten genomen kunnen worden en die tegelijk duurzaam en vruchtbaar blijven. Dat momentum is er nu. Laten we onze verbeeldingskracht en ontwerpkracht gebruiken voor een verhaal en een ontwerp dat werkt, en ondertussen de banden smeden die we nodig hebben om daar te komen.

